Persoonsgerichte zorg werpt vruchten af

We zetten al een aantal jaren (vanaf 2014 om precies te zijn) in op zelfregie en persoonsgerichte zorg. De visie hierachter is dat persoonsgerichte zorg de kwaliteit van zorg én de kwaliteit van leven van de patiënt verbetert en een positieve bijdrage heeft aan het werkplezier van de zorgverlener. In 2018 bereikten praktijken positieve resultaten door gericht in te zetten op persoonsgerichte zorg. Lees bijvoorbeeld hieronder het voorbeeld in het kader. Tegelijkertijd hebben praktijken meer behoefte aan ondersteuning op maat, daar zetten we in 2019 meer op in. 

Opbrengsten in 2018

In 2018 hebben we met een breed aanbod aan tools/trainingen t.b.v. persoonsgerichte zorg 50 huisartsenpraktijken bereikt. Zorgverleners geven aan dat het gebruik van (één van) de tools/trainingen leidt tot een verbeterd contact met de patiënt en een vergroting van het werkplezier. Patiënten geven aan dat het hun ervaren gezondheid verbetert en dat zij gezonder zijn gaan leven.

Leerpunten

Huisartsenpraktijken geven aan dat zij het aanbod aan persoonsgerichte zorg te breed vinden. Ze hebben bovendien behoefte aan vervolgondersteuning ná het volgen van een training.

Aanpak 2019

In 2019 zetten we daarom in op vraaggerichte ondersteuning op maat. We zullen de praktijken die gebruik hebben gemaakt van ons aanbod in 2018 benaderen om te inventariseren of er behoefte is aan vervolgondersteuning.

Vragen of interesse in (vervolg)ondersteuning?

Neem contact op met Mayke van der Hoff, stafmedewerker Innovatie & Ontwikkeling: m.vanderhoff@cihn.nl, (024) 352 35 89

Een voorbeeld - Terugkombijeenkomsten  NCSI en ZZ naar GG

In 2018 volgden vijf praktijken (huisartsen, POH’s/PVK’s en soms ook dokterassistenten) de training van ZZ naar GG (Ziekte en Zorg naar Gezondheid en gedrag) en 25 praktijken (POH’s/PVK’s) de scholing NCSI. Na de training/scholing gingen deze praktijken aan de slag: ofwel met consulten waarbij Gezondheid en Gedrag het uitgangspunt waren ofwel met het gebruik van de NCSI.

Voor beide instrumenten organiseerden we een terugkombijeenkomst. Hierin gingen we met de zorgverleners in gesprek over de ervaringen die zij in de tussentijd hadden opgedaan, wat het gebruik van het instrument hen opleverde, tegen welke knelpunten ze aanliepen en of zij een vervolgvraag hadden ter ondersteuning.

De zorgverleners kregen tijdens de bijeenkomsten praktische tips van elkaar en van de betrokken trainers, waar zij weer mee verder konden. Zij gaven aan dat de terugkombijeenkomst bijdraagt aan hernieuwde inspiratie om verder aan de slag te gaan met het instrument.

De behoefte aan vervolgondersteuning bleek vooral te zitten in het periodiek uitwisselen van ervaringen en het inzetten van een aantal praktische hulpmiddelen in  zoals bijvoorbeeld het gesprekskaartje ‘Hoe voel jij je’?